Pelletkachel subsidie 2018

Ook in 2018 subsidie op je pelletkachel

De pelletkachel subsidie 2018 is verhoogd naar 100 miljoen

De nieuwe subsidieregeling voor 2018 is bekendgemaakt. 

Deze regeling zal tevens bijdragen in de professionalisering van de pelletkachel markt. De subsidie wordt namelijk alleen nog maar uitgekeerd als de pelletkachel wordt geïnstalleerd door een deskundige installateur. Dit moet ook door de subsidie aanvrager worden aangetoond. Maar zelf-installatie is niet meer mogelijk om in aanmerking te komen voor de subsidie. 

Details over de regeling worden nog verder uitgewerkt.



Een pelletkachel komt in aanmerking voor de Investeringssubsidie duurzame energie als deze:

  • Bestemd is voor de productie van warmte;
  • Automatisch wordt gestookt op houtpellets;
  • Een gesloten voorkant heeft;
  • Voldoet aan de norm EN 14785;
  • Een vermogen van 5kW tot 500 kW heeft;
  • De pelletkachel wordt geïnstalleerd door een deskundige installateur.
  • Voor het aanvragen van de subsidie is een "voldaan" getekende factuur noodzakelijk
  • Gaat per 1-1-2018 in

Gewijzigde voorwaarden per 1 januari 2018

Gewijzigde voorwaarden per 1 januari 2018


Een overzicht van de wijzigingen:

Biomassaketels:

Per 1 januari 2018 beperkt de eis dat biomassaketels voldoen aan norm EN 303-5 zich tot ketels waarbij de warmteoverdracht aan een vloeistof plaatsvindt. Hierdoor wordt het mogelijk dat ook zogenoemde biomassagestookte luchtverhitters in de categorie biomassaketels in aanmerking komen voor subsidie.


Zonneboilers:

Per 1 januari 2018 wordt het subsidiebedrag voor zonneboilers met een apertuuroppervlakte van ten hoogste 10 meter2 verlaagd van 75 cent per kWh naar 68 cent per kWh. Hiermee wordt gecompenseerd voor een wijziging in de berekenmethode, die leidt ertoe dat de opbrengsten van kleine zonneboilers stijgen. De uiteindelijke subsidiebedragen kunnen hierdoor licht veranderen.

Voor zonneboilers met een apertuuroppervlakte van meer dan 10 meter2 wordt een nieuwe factor geïntroduceerd in de berekenmethode: de instralingshoekmodifier. Hierdoor verhouden de subsidiebedragen voor zonneboilers op basis van vlakke-plaatcollectoren en op basis van vacuümbuiscollectoren zich beter tot elkaar.


Warmtepompen:

De subsidiebedragen voor warmtepompen zijn grotendeels gebaseerd op het thermische vermogen van de apparaten. In dit thermische vermogen is in sommige gevallen ook een gedeelte niet-hernieuwbaar vermogen meegenomen. Per 1 februari telt dit niet-hernieuwbare gedeelte niet meer mee voor het vermogen waarop het subsidiebedrag gebaseerd is. Dit leidt ertoe dat voor een aantal lucht-waterwarmtepompen een lager subsidiebedrag beschikbaar is.


Deskundige installateur:

Per 1 januari moet de aanvrager een bewijs aanleveren dat de apparaten geïnstalleerd zijn door een deskundige installateur. Dit bewijs kan bijvoorbeeld een factuur van een installateur of aannemer zijn.

Voor alle aanvragen die op of na 1 januari 2018 binnenkomen, gelden de nieuwe subsidiebedragen en voorwaarden. In de Toelichting van de gewijzigde Regeling worden de wijzigingen uitgelegd.

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat

Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 4 december 2017, nr. WJZ / 17134162, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-subsidies en de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 (aanpassingen van de investeringssubsidie duurzame energie en een verhoging van een subsidieplafond)


De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op de artikelen 4 en 5, eerste lid, en 16 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

Titel 4.5 van de Regeling nationale EZ-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4.5.1 wordt na de begripsomschrijving van technische documentatie ingevoegd:

thermisch vermogen bij bivalente temperatuur:

thermisch vermogen bij bivalente temperatuur als bedoeld in tabel 8 van Bijlage V van Verordening (EU) nr. 811/2013;

B

Artikel 4.5.7, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. voldoet, indien in de ketel warmteoverdracht aan een vloeistof plaatsvindt, aan de norm EN 303-5;

2. Onder vervanging van ‘, en’ aan het slot van onderdeel c door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door ‘, en’ wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. betreft geen pelletkachel, houtkachel, inbouwhaard of inzethaard.

C

In artikel 4.5.8, eerste lid, wordt ‘thermisch vermogen’ vervangen door: thermisch vermogen bij bivalente temperatuur.

D

Artikel 4.5.9 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 0,75 per kWh’ vervangen door: € 0,68 per kWh.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. De jaarlijkse zonne-energiebijdrage, bedoeld in het eerste lid, voor zonneboilers bij een apertuuroppervlakte van meer dan 10 vierkante meter bedraagt het product van 1293 kWh, het totale collectoroppervlak van alle collectoren volgens de productkaart, het collectorrendement volgens de productkaart, de instralingshoekmodifier volgens de productkaart en de verliesfactor van de warmwatertank, bedoeld in het vijfde lid.

E

Aan artikel 4.5.17 wordt een lid toegevoegd, luidende:

6. De subsidieaanvrager overlegt een bewijs dat de installatie voor de productie van duurzame energie is geïnstalleerd door een deskundige installateur.

ARTIKEL II

De tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de rij ‘Titel 4.2: Topsector energieprojecten’ en ‘4.2.9’ wordt het subsidieplafond van ‘€ 2.900.000’ vervangen door: € 3.339.824.

2. In de rijen ‘Titel 4.2: Topsector energieprojecten’ en ‘4.2.58’ worden de subsidieplafonds van ‘€ 3.985.000’, van ‘€ 2.940.000’ en van ‘€ 2.780.000’ vervangen door respectievelijk ‘€ 4.174.373’, ‘€ 3.478.417’ en ‘€ 2.980.216’.

3. In de rij ‘Titel 4.2: Topsector energieprojecten’ en ‘4.2.65’ wordt het subsidieplafond van ‘€ 20.334.856’ vervangen door: € 20.941.847.

4. In de rij ‘Titel 4.2: Topsector energieprojecten’ en ‘4.2.79’ wordt het subsidieplafond van ‘€ 6.250.000’ vervangen door: € 7.350.000.

ARTIKEL III

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

2. In afwijking van het eerste lid:

a. treedt artikel I, onderdelen A en C, in werking met ingang van 1 februari 2018.

b. treedt artikel II in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 4 december 2017

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes

TOELICHTING

1. Inleiding

De onderhavige regeling wijzigt de Regeling nationale EZ-subsidies in verband met enkele technische aanpassingen van de module Investeringssubsidie stimulering duurzame energieproductie (hierna: ISDE) en de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 in verband met een incidentele verhoging van een aantal subsidieplafonds.

2. Wijzigingen module ISDE

Artikel I van onderhavige regeling wijzigt de ISDE per 1 januari 2018. De wijziging in de onderdelen A en C zorgt ervoor dat de subsidie voor lucht-waterwarmtepompen uitsluitend gebaseerd wordt op het hernieuwbare thermische vermogen van het apparaat. Dit is in lijn met het doel van de ISDE, stimulering van de aanschaf van kleinschalige installaties voor de productie van hernieuwbare warmte. De subsidie wordt niet langer tevens berekend op het eventuele piekvermogen dat nodig is bij zeer lage buitentemperaturen en dat wordt gegenereerd door conventionele energie.

Bij de wijziging van de definitie van thermisch vermogen bij bivalente temperatuur wordt aangesloten bij bestaande Europese regelgeving.1 Hierbij is vastgelegd dat het thermische vermogen wordt bepaald bij de bivalente temperatuur tussen -7 en +2 graden Celsius zoals aangegeven op de productkaart van de lucht-waterwarmtepomp. Deze wijziging leidt voor sommige apparaten tot een lager thermisch vermogen. Daarom zullen aanvragers van subsidie voor lucht-waterwarmtepompen met een additioneel niet-hernieuwbaar thermisch vermogen door deze wijziging minder subsidie kunnen aanvragen.

De wijziging van onderdeel B beperkt het vereiste dat biomassaketels voldoen aan norm EN 303-5 tot ketels waarbij de warmteoverdracht aan een vloeistof plaatsvindt. Hierdoor wordt het mogelijk dat ook zogenoemde luchtverhitters in de categorie biomassaketels in aanmerking komen voor subsidie. Luchtverhitters zijn apparaten die hernieuwbare warmte produceren en deze – anders dan de huidig al toegelaten op biomassa gestookte ketels – via lucht in plaats van een vloeistof overdragen aan de te verwarmen ruimte. Om in aanmerking te komen voor ISDE-subsidie moeten luchtverhitters aan dezelfde voorwaarden voldoen als reeds toegelaten biomassaketels, met uitzondering van de norm EN 303-5. Houtkachels, inbouw- of inzethaarden en open haarden blijven uitgesloten van de ISDE-subsidie. Voor pelletkachels kan onder de daarvoor bestemde zelfstandige categorie, onder artikel 4.5.6 van de Regeling nationale EZ-subsidies, subsidie aangevraagd worden.

De wijziging van onderdeel D betreft twee aanpassingen van de subsidie voor zonneboilers. Ten eerste wordt het subsidiebedrag voor zonneboilers met een apertuuroppervlakte van ten hoogste 10 vierkante meter verlaagd van 75 cent per kWh naar 68 cent per kWh. Dit komt omdat een nieuwe berekenmethode voor de opbrengst van deze zonneboilers wordt gehanteerd. Deze wijziging in de berekenmethode leidt ertoe dat de opbrengsten van kleine zonneboilers stijgen. Om de subsidiebedragen voor deze categorie apparaten ongeveer gelijk te houden en te voorkomen dat de maximale steunintensiteit op grond van de Europese staatssteunregels wordt overschreden, wordt het subsidiebedrag per kWh vanaf 2018 naar beneden bijgesteld.

Ten tweede wordt voor zonneboilers met een apertuuroppervlakte van meer dan 10 vierkante meter een nieuwe factor, de instralingshoekmodifier volgens de Europese productkaart, geïntroduceerd in de berekenmethode voor de opbrengst. Het introduceren van deze factor leidt er ook toe dat het kengetal in de formule moet worden aangepast van 1215 naar 1293 kWh. Het effect van deze wijziging is dat het speelveld tussen zonneboilers op basis van vlakke-plaatcollectoren en op basis van vacuümbuiscollectoren gelijker wordt.

De wijziging van onderdeel E betreft het opnemen van een kwaliteitseis aan het installeren van de installaties voor duurzame warmteproductie die via de ISDE gesubsidieerd worden. De eis van een deskundige installateur leidt er naar verwachting toe dat de kwaliteit van de installatie, en daarmee de duurzaamheid van de investering, zal verbeteren. Aanvragers van de ISDE-subsidie zullen bewijs moeten aanleveren dat de installatie door een deskundige installateur is uitgevoerd. Dit betekent een lichte verhoging van de administratieve lasten voor aanvragers van de subsidie, omdat deze een additioneel bewijsstuk moeten aanleveren. Dit wordt echter gerechtvaardigd door het beter functioneren van de duurzame warmteproductie-installaties.

3. Verhoging van subsidieplafonds Topsector energieprojecten

Artikel II strekt tot de wijziging van de subsidieplafonds in de Regeling openstelling EZ-subsidies 2017 voor de subsidie in het kader van Topsector energieprojecten 2017. De subsidieplafonds worden opgehoogd met budget dat vrijgevallen is in tenders voor andere programmalijnen en subsidiemodules. Omdat het bij deze budgetverhogingen gaat om verschuivingen tussen of subsidiemodules die eerder zijn opengesteld, blijft het overkoepelende maximaal te verlenen subsidiebudget voor de Topsector energieprojecten ongewijzigd. De voorwaarden van de subsidiemodules blijven ongewijzigd. De eerder gepubliceerde staatssteunparagraaf blijft onverminderd van kracht.

4. Regeldruk

De wijzigingen die met de onderhavige regeling worden doorgevoerd hebben nauwelijks gevolgen voor de administratieve lasten voor bedrijven of burgers. Door het toevoegen van een kwaliteitseis voor de installatie van de duurzame warmte productie-installatie zullen aanvragers één additioneel bewijsstuk bij hun aanvraag bij RVO.nl moeten indienen. Het effect hiervan is echter gering.

De wijziging van de subsidieplafonds voor de Topsector energieprojecten brengt geen verhoging van de administratieve lasten met zich mee, aangezien er geen nieuwe subsidieaanvragen kunnen worden ingediend.

5. Europeesrechtelijke aspecten

Onderhavige regeling leidt tot enkele technische en inhoudelijke aanpassingen. De wijzigingen in de ISDE-module van de Regeling nationale EZ-subsidies blijven binnen de bij artikel 41 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening gestelde kaders inzake subsidiabele kosten en steunintensiteit. De nieuwe elementen van de subsidiemodule ISDE zullen ter kennisneming aan de Europese Commissie worden toegezonden, conform artikel 11, onder a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

De ISDE is ingevolge richtlijn nr. 98/34/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (PbEG 1998, L 204) voorgelegd aan de Europese Commissie. De wijzigingen in onderhavige regeling hebben betrekking op de technische voorschriften in de ISDE en zijn derhalve genotificeerd.

6. Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van onderhavige regeling wijkt af van het beleid inzake de vaste verandermomenten. Weliswaar is de inwerkingtredingsdatum voorzien met ingang van 1 januari 2018 en daarmee op een van de vier voorziene inwerkingtredingsmomenten voor ministeriële regelingen; de bekendmaking van onderhavige regeling houdt geen rekening met de termijn van twee maanden.

Afwijking van het beleid is gerechtvaardigd aangezien de doelgroep bij spoedige inwerkingtreding is gebaat. De afwijking is noodzakelijk omdat onderhavige regeling op hetzelfde moment in werking dient te treden als de separate regeling die de openstelling van onder andere deze subsidiemodule in de Regeling nationale EZ-subsidies regelt.

Artikel I, onderdelen A en C, treedt per 1 februari 2018 in werking om potentiële aanvragers van subsidie voor lucht-waterwarmtepompen met een additioneel niet-hernieuwbaar thermisch vermogen voldoende tijd te gunnen om te anticiperen op de wijziging die in veel gevallen een verlaging van de subsidie tot gevolg zal hebben.

Artikel II van de onderhavige regeling treedt reeds in werking de dag na de publicatiedatum van deze regeling in Staatscourant. Het betreft namelijk de verhoging van subsidieplafonds die voor het jaar 2017 zijn vastgesteld. Een uitstel van de inwerkingtreding zou een vertraging van de verlening van subsidies inzake de modules Topsector energieprojecten betekenen. Ook voor deze aanpassingen geldt dat de doelgroep bij spoedige inwerkingtreding is gebaat.


De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes